Home > Nieuws en activiteiten > Interactief voorlezen, hoe doe ik dat?

ontdekkenontwikkeling

Interactief voorlezen, hoe doe ik dat?

Voorlezen is van groot belang voor de taalontwikkeling van kinderen. Kinderen die veel worden voorgelezen, hebben een grotere woordenschat en kunnen vaak makkelijker meekomen op school. Voorlezen hoeft helemaal niet lang te duren; met 15 minuten per dag leert een kind al enorm veel nieuwe woorden per jaar! De positieve effecten van voorlezen worden nog groter als je interactief voorleest. Maar wat is dat precies? En hoe doe je dat dan? Onze pedagoog Lucinda Koolhof en onze Voorschoolse Educatie (VE) coach Saskia Hartman leggen het hieronder uit!

 

Voor sommige kinderen is het lastig om lang stil te zitten en te luisteren wanneer er wordt voorgelezen, maar bij interactief voorlezen gaat dit veel makkelijker. Tijdens interactief voorlezen wordt een boek meerdere keren voorgelezen en tijdens het lezen wordt het meermaals onderbroken. Je kunt vragen stellen aan je kinderen en de kinderen aan jou over het boek. Met interactief voorlezen betrek je je kind meer en wordt het zo gemotiveerd actief mee te doen. Taal gaat hierdoor een nog grotere rol spelen.
Door een verhaal vaker voor te lezen, krijgt een kind steeds meer inzichten in wat er gebeurt in het verhaal; kinderen weten wat er gaat komen, maar horen toch weer nieuwe details. Ze gaan andere vragen stellen en de woordenschat wordt uitgebreid.  

Interactief voorlezen kan op de opvang, thuis, op school… eigenlijk overal! Hieronder een aantal tips om zelf aan de slag te gaan met interactief voorlezen!

  • Kies een boek uit dat aansluit bij een kind. Waar is het kind mee bezig? Staat er een vakantie gepland of is er iemand jarig? Welke tijd van het jaar is het? Het helpt als de afbeeldingen in het boek het verhaal ondersteunen 
  • Bekijk samen de kaft van het boek. Mogelijk kan een kind dan al voorspellen waar het verhaal over gaat! 
  • Ga in op de eigen ervaringen van je kind. Kinderen leren het beste wanneer ze nieuwe kennis kunnen verbinden met kennis die ze al hebben. Door tijdens het voorlezen te vragen naar en in te gaan op de eigen ervaringen van het kind krijgt het aanknopingspunten waaraan het de nieuwe kennis kan verbinden. 
  • Stel voorafgaand aan het lezen een luistervraag aan het kind. Dit zijn vragen zoals ‘Over wie gaat het boek denk je?’ of  ‘Waar speelt het verhaal zich af?’. Hierdoor richt je de aandacht van het kind nadrukkelijk op de inhoud van het boek. 
  • Reageer op de inbreng van het kind. Door ook ruimte te geven aan de inbreng en het initiatief van het kind is er interactie mogelijk.  
  • Leg moeilijke woorden uit die belangrijk zijn om het verhaal te begrijpen. Hier kunnen platen uit het boek voor worden ingezet, maar ook bijvoorbeeld dingen uit de slaapkamer van je kind. Dit kan een kind helpen om woorden beter te onthouden.   
  • Stel tijdens het voorlezen verschillende soorten vragen. Met open vragen wordt een kind aangemoedigd om zelf na te denken en wordt het kind er toe aangezet om uitgebreide antwoorden te geven. Hierdoor leert een kind om zinnen te vormen. 
  • Maak na afloop van het verhaal samen met het kind een tekening of knutsel naar aanleiding van het boek. Samen kunnen, aan de hand van de tekening, de elementen uit het verhaal nog een keer besproken worden.  
  • Ook spel is een fijn middel voor kinderen om taal te stimuleren. Ter ondersteuning van het verhaal kunnen (hand)poppen ingezet worden. Hiermee kan het verhaal uitgespeeld worden of de pop kan een van personages uit het boek zijn. Laat na afloop het boek en de voorwerpen bij het boek staan, zodat een kind hier zelf mee kan spelen. 

Veel interactief voorleesplezier gewenst! 

Benieuwd naar andere blogs en tips van onze pedagogen? Bekijk ook eens deze tips over risicovol buitenspelen of de blog over taalverwerving door kinderen die een andere moedertaal hebben.

Gerelateerde artikelen